Een project van vijf lessen over eten en bewegen, bestemd voor de bovenbouw van de basisschool.
Overgewicht dreigt volksziekte nummer 1 te worden. Al geruime tijd staan hierover alarmerende berichten in de media. Niet alleen bij volwassenen, ook bij kinderen is overgewicht een groeiend probleem. In nog geen twintig jaar is het aantal kinderen in Nederland met overgewicht verdubbeld. Inmiddels is één op de zeven kinderen te dik. Kinderen, die op jonge leeftijd te dik zijn, lopen een grote kans op het ontwikkelen van ziektes zoals diabetes, hart- en vaatziektes, kanker, knie- en rugklachten. Preventief handelen is dus van groot belang en met het aanleren van gezonde eet- en leefgewoonten kan niet vroeg genoeg worden begonnen. De overheid is zich momenteel aan het beraden hoe dit groeiende probleem op landelijk niveau het beste aangepakt kan worden. Lokaal zijn de afgelopen tijd al verschillende initiatieven genomen. Ook scholen kunnen hun steentje bijdragen bij de aanpak van dit probleem. Het project ’Dik in orde’ sluit aan bij kerndoelen mens en samenleving: ‘De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen’ (kerndoel 34 van de herziene kerndoelen, die in 2006 van kracht is geworden).
Doel:
De leerlingen leren veel over gezonde voeding, een gezond gewicht en hoe belangrijk bewegen is. Het uiteindelijk doel van het project is dat de leerlingen hierdoor een beter inzicht krijgen in hun eigen eet- en leefgewoonten en hoe ze, indien nodig, hun gewoonten kunnen veranderen.
Opzet:
Het werkboekje ‘Dik in orde’ bestaat uit zes hoofdstukken, waarin de volgende onderwerpen aan bod komen: de energiebalans, de schijf van vijf, het belang van bewegen, een ‘ideaal’ gewicht en de zes gouden regels voor een gezond eet- en leefpatroon. Het project wordt afgesloten met de inrichting van een tentoonstelling in de school over gezonde voeding en bewegen, waarbij de kennis van de leerlingen over dit onderwerp overgedragen kan worden op medeleerlingen uit andere groepen, leerkrachten en ouders. Naast de tentoonstelling, zou een gezamenlijk ontbijt in de school georganiseerd kunnen worden door leerkrachten en leerlingen.
Werkwijze:
De inleiding bij elk hoofdstuk wordt klassikaal behandeld, waarna de leerlingen in groepjes de verschillende opdrachten kunnen maken. Een aantal opdrachten zijn erop gericht om interactie uit te lokken tussen de leerlingen, waarbij de leerkracht een sturende rol heeft in de groepsdiscussie. Hoe actiever de kinderen met de leerstof bezig zijn, des te beter zal de boodschap ‘gezond eten en voldoende bewegen’ overkomen.
Docentenhandleiding:
Bij deze uitgave is een uitgebreide docentenhandleiding beschikbaar.
Inkijk exemplaar